Kathedraalkoor Hasselt

Psalmenconcert

Hör mein Bitten

Zondag 5 april 2020
16.00 uur
Sint-Quintinuskathedraal
Vismarkt 1 3500 Hasselt

Psalmenconcert 5 april 2020

Een programma opgebouwd rond Psalm 55 had ik maar vleugels als een duif: het gebed van een individu in nood. Nog altijd is dat thema heel actueel in onze tijd: mensen in nood, vluchtelingen en mensen op de rand van onze maatschappij.

Het hulpgeroep vertrekt van zelfbeklag en aanklacht tegen de vijanden en loopt uit in smeking - een wens om hulp en bescherming. Miserere - ontferm u - gaat over in vertrouwen in God: Werp je zorg op de Ene en hij zal je onderhouden; hij zal voor eeuwig niet geven dat de rechtvaardige wankelt.

Medewerkers

Kathedraalkoor Hasselt
Karlijn Noten, sopraan
Paul Steegmans, orgel
Ludo Claesen, dirigent

Programma

The Lord Bless You and Keep YouJohn Rutter
Hör mein BittenFelix Mendelssohn
Cantique de Jean Racine Gabriel Fauré
Zum AbendsegenFelix Mendelssohn
Great is the LordEdward Elgar
Domine, non est exalatatum cor meumLudo Claesen
I have touched the Face of GodNoel Goemanne
Miserere meiRaphaella Aleotti
Bleib bei uns HerrWilliam Monk
AbendliedJoseph Rheinberger
Heer, wees Gij het doelPaul Schollaert
Cantata for Lent II – Hear my PrayerLudo Claesen

Reservatie

Reserveer uw kaarten online

Psalm 55

Leen het oor, God, aan mijn gebed,
verberg u niet
voor mijn smeken om genade!

Wees opmerkzaam voor mij,
geef mij antwoord:
in mijn misbaar daal ik neer;

radeloos van de stem van een vijand,
van het tieren van een booswicht;
want ze wentelen over mij onheil,
vervolgen mij met woede.

Mijn hart beeft in mijn binnenste,
dodelijke verschrikkingen
zijn over mij gevallen.

Over mij komt vreze en beven,
ontzetting
overdekt mij.

Ik zeg:
‘wie gunt mij een wiekslag als een duif?-
ik zal vliegen, ergens wonen!-

zie, ik zal vluchten ver weg,
vernachten in de woestijn.’ sela

Ik zal mij haasten om te ontkomen
aan de rukwind, aan de storm.

Verwar, mijn Heer,- verdeel hun taal,
want gezien heb ik geweld
en twist in die stad!

Dag en nacht
omringen ze haar, over haar muren heen!-
onheil en ellende binnen in haar,

in haar binnenste verderf!-
van haar marktplein wijkt nooit
bedreiging en bedrog!

Want die mij hoont is niet een vijand,
dat zou ik dragen,- die groot deed tegen mij
is niet wie mij haat,
voor hem kan ik mij verbergen!

Maar jij, mensje, mijn gelijke,
mijn maat,
door mij gekend!-

samen smaakten wij het zoet geheim;
in het huis van God
wandelden wij in eendracht;

overvalle hen de dood!-
dat ze levend neerdalen ter helle,
want enkel kwaad heerst in hun gastverblijf
en binnen in hen.

En ik, tot God roep ik,
dat de Ene
mij zal redden!

Avond, ochtend en middag
klaag ik en kreun ik,-
tot hij mijn stem zal horen.

Loskopen zal hij in vrede mijn ziel
van wie mij te na komen,
want met velen
zijn die bij mij.

God zal horen en hen doen bukken,
hij die zetelt vanouds, sela
omdat er bij hen niets verandert
en zij God niet vrezen.

Strekken zal hij zijn handen
met zijn voorwaarden voor vrede,
ontwijden zal hij zijn verbond.

Gladder dan boter is zijn mond,
nabij is zijn hart,
zijn woorden zijn weker dan olie,
maar komen aan als blote zwaarden.

Werp je zorg op de Ene
en hij zal je onderhouden;
hij zal voor eeuwig niet geven
dat de rechtvaardige wankelt.

Gij, God, zult hen doen dalen
in een bron vol verderf,
mannen van bloed en bedrog
halen niet de helft van hun dagen,-
maar ik
weet mij veilig bij u!

Vertaling: Naardense Bijbel