Kathedraalkoor Hasselt

Over Messiah

Inhoud

1. In den beginne was de tekst
1.1. Charles Jennens
1.1.1. Rationalisme en deïsme
1.1.2. Kruistocht in het theater
1.2. Jennens en Handel

2. Structuur van Messiah

3. Première in Dublin
3.1. Year of the Slaughter
3.2. Welkome uitnodiging
3.3. Handel herleeft
3.4. Triomf

4. Twijfel in Londen

5. De doorbraak

6. Ontsporing en terug

1. In den beginne was de tekst

1.1. Charles Jennens

1.1.1. Een orthodox christen

In barokmuziek geldt altijd dat de muziek ten dienste staat van de tekst. Dat geldt op nog een andere, bijzondere manier voor Messiah. Zonder librettist Charles Jennens zou er geen Messiah zijn geweest. Idee en uitwerking waren van hem, en van hem alleen: hij overhandigde Handel het kant-en-klaar word-book; en ze onderhandelden ook niet over de inhoud. Zijn naam stond niet eens in het libretto, en hij vroeg ook geen enkele vergoeding.

Charles Jennens was de zoon van een rijke industrieel. Hij erfde een immense hoeveelheid land en andere eigendommen. Materiële zorgen had hij zijn leven lang niet.

Jennens was een fervent voorstander van erfelijke monarchie en van het goddelijke recht van koningen. Maar dat had zware consequenties. Op grond van zijn visie op het koningschap was hij een voorstander van troonopvolging door een Stuart. Het Engelse parlement had echter in 1701 al bepaald dat de troon zou gaan naar de eerste protestant in de lijn. Na de dood van Queen Anne in 1714 waren er heel wat Stuarts die rechten konden laten gelden, maar zij waren katholiek. Zo werd de keurvorst van Hannover, Georg Ludwig, de nieuwe koning, George I – ook al stond hij verder dan de vijftigste plaats in de lijn van opvolging.

Nu was iedereen die ook maar enige publieke functie wilde bekleden, verplicht een eed van trouw te zweren aan de koning als hoofd van kerk en staat. En dat weigerde Charles Jennens. Als een non-juror (eedweigeraar) kon hij dus geen enkele publieke verplichting op zich nemen, maar dat gaf hem de kans om zich toe te leggen op zijn eigen interesses: religie, muziek, literatuur en kunst in het algemeen.

Jennens was een trouw lid van The Church of England. Hij was meer bepaald een High Church Anglican (die het dichtst bij de katholieken stonden). De Bijbel was de rots van zijn geloof en het onbetwiste woord van God.

1.1.2. Rationalisme en deïsme

In het Engeland van de 18de eeuw maakte het deïsme opgang. Deïsten aanvaarden een God als Opperste Wezen en schepper van de wereld, maar ze geloven niet in goddelijke interventie en ook niet Bijbelse openbaring.

In 1696 publiceerde John Toland Christianity not mysterious. Hij argumenteert daarin dat alle dogma’s en de “mysteries” van de Bijbel kunnen verklaard worden door een goed getrainde rede. Het denken van Toland beïnvloedde velen, ook internationaal: het boek belandde later ook op de leestafel van Robbespierre (in 1794 werd de eredienst van het Opperste Wezen staatsgodsdienst in Frankrijk).

De Verlichting bracht religieuze tolerantie, maar ook scepticisme. Ook in Engeland, vooral in de gegoede klasse, was er geen gebrek aan mensen die, in de lijn van Toland, vragen stelden bij het geloof in de Drievuldigheid, de persoonlijke natuur van God de Vader en de goddelijkheid van de Zoon.

1.1.3. Kruistocht in het theater

De orthodoxe Charles Jennens voelde zich geroepen om de verdediging op zich te nemen van het traditionele christendom. Hij deed dat niet door aan de schier eindeloze reeks verdedigingsgeschriften nog een pamflet toe te voegen.

Jennens koos een uniek wapen: een libretto met een boodschap over eeuwige waarheden. Handels sublieme muziek zou als vehikel dienen voor die boodschap. Niet de preekstoel – want daar kwamen de sceptici toch nauwelijks – maar de plaats waar ze wel naar toe trokken: het theater.

Naar boven

1.2. Jennens en Handel

Charles Jennens was een bewonderaar van het eerste uur van de muziek van Handel. Hij kocht alle partituren van zijn muziek en woonde nagenoeg alle uitvoering daarvan bij die in Londen plaats hadden. Hij en zijn vrienden noemden zichzelf “ Brother Handelists”.

Handel en Jennens kenden elkaar goed. Voor het oratorium Athalia, dat in 1733 in Oxford in première ging, had Jennens muziek van Scarlatti, die als inspiratiebron diende, aan Handel uitgeleend (Jennens was ook een verwoed verzamelaar van Italiaanse partituren).

Handel was er alleszins van overtuigd dat Jennens de literaire kundigheid en schrijverscapaciteiten had om libretto’s te schrijven die hem lagen. Samen werkten ze aan het oratorium Saul (1739), het meest grootschalige tot dan toe.

De tekst van het volgende oratorium, Israel in Egypt, is misschien ook van de hand van Jennens, maar zeker is dat niet. Het was in het begin geen succes. Lord Shaftesbuy vroeg zich af of gewijde oratorium dan toch niet naar de smaak was van het Engelse theaterpubliek.

Het echte succes ontsnapte Handel in die dagen. Hij had de hoop opgegeven om het enthousiasme voor zijn oude liefde, de opera, te doen herleven, en zijn nieuwe lijn, het oratorium, werd op zijn zachtst gezegd op gemengde gevoelens onthaald. Hij probeerde nog twee opera’s, maar die gingen de mist in, en Handel leed aanzienlijke financiële verliezen.

Handel voelde zich als de psalmist in psalm 35:“Mijn vijand, dorstig naar mijn bloed, vergeldt mij wreev'lig kwaad voor goed.” Zijn vrienden maakten zich grote zorgen. Zij vreesden zelfs dat Handel Engeland de rug zou toekeren. Op 14 april 1741 stond in een open brief in The Daily Post:

“Ik wou dat ik de heren die aanstoot hebben genomen aan wat dan ook in het gedrag van deze grote mijnheer – want een groot man is hij alleszins in de wereld van de muziek, wat ook de tegenslagen van de laatste tijd lijken aan te geven - ik wou dat ik ze kon overtuigen om hem weer in hun gunst op te nemen, en hem te bevrijden van de wrede kwellingen van het gespuis dat misbruik maakt van zijn ongemak en zelfs zijn aankondigingen afrukken, even vlug als hij ze heeft aangeplakt, en die duizend andere kleine gemeenheden bedenken om hem te kwetsen.”

In juli 1741 schreef Jennens aan een bekende:

“Handel zegt dat hij deze winter niets zal doen. Maar ik hoop hem te overtuigen om weer een verzameling Schriftteksten die ik voor hem heb klaar gemaakt op muziek te zetten, en die zal uitvoeren tijdens de passieweek – en dat helemaal voor zijn persoonlijk profijt. Ik hoop dat hij zijn hele genie en vaardigheid erin zal steken en dat deze compositie alle vroegere zal overtreffen, want het onderwerp overtreft alle andere onderwerpen. Het onderwerp is Messiah.”

Wanneer Jennens het libretto van Messiah aan Handel overhandigde, is niet helemaal duidelijk. Hij heeft het alleszins een tijdje laten liggen – schattingen lopen tussen 6 weken en 18 maanden.

Misschien heeft hij het libretto niet eens geopend. Tot de dag dat hij een uitnodiging kreeg om zijn muziek in Ierland te gaan uitvoeren...

Naar boven

2. Structuur van Messiah

Charles Jennens gewaagd-originele idee was een drama over geopenbaarde godsdienst.

Titelblad Messiah - Dublin 1742

Op de titelpagina van het libretto – overgenomen in de eerste druk in 1742 – stond het opschrift Majora Canamus (“Laat ons zingen van grootser dingen”), een vers van Vergilius. En twee citaten van de apostel Paulus:

En ontegenzeggelijk groot
is het geheimenis van onze godsdienst:
Hij die is verschenen in vlees-en-bloed,
is gerechtvaardigd in de Geest,
is gezien door engelen,
is gepredikt onder heidenen;
is geloofd in de wereld,
is opgenomen in heerlijkheid.

In wie alle schatten van
de wijsheid en kennis verborgen zijn.

Het centrale thema van het libretto is de goedheid van God de Vader die zijn enige Zoon aan de mensen schenkt, en de hoop op heil, nu de verrezen Christus aan de rechterhand van God staat.

De tekst is een aaneenschakeling van Bijbelcitaten, zorgvuldig en met grote kundigheid geselecteerd een aaneengeregen tot een organisch geheel.

Messiah heeft drie “bedrijven”, zoals een opera.

Deel 1 somt de profetieën op uit het Oude Testament over Gods redding van de mensheid, over de komst van de Messias, en eindigt met de aankondiging van de geboorte en de verzekering van Christus’ heilbrengende dienst.

Deel 2 heeft betrekking op de passie van Christus, de geseling en kruisiging -en zijn verrijzenis, hemelvaart en verheelijking in de hemel. Het gaat ook over de gave der talen, het uitdragen van het evangelie in de wereld, de goddelijke vernietiging van de vijanden van de godsdienst, en eindigt met de eeuwige triomf van het christendom.

Deel 3 gaat over Christus als heilbrenger, de belofte van eeuwig leven, de tussenkomst van de Messias bij het Laatste Oordeel, de overwinning van dood en zonde. Aan het einde volgt de aanbidding van de Messias door de gelukzaligen in de hemel.

Het meditatieve, haast abstracte karakter van het oratorium vereiste dat Jennens zijn tekst zo construeerde dat Handel voldoende mogelijkheid kreeg om zijn publiek als het ware aan de grond te nagelen met gepaste emoties en zeggingskracht.

Retoriek speelde in de barokmuziek een belangrijke rol. Jennens volgde in zijn benadering de aanbevelingen van Dionysius Longinus (eerste eeuw N.C.), Peri Hypsous (Over het sublieme). De sublieme stijl die Longinus voorstond moest kracht en grootsheid van gedachten bevorderen. En pathetiek, d.w.z. de kracht om passie op te wekken tot een geweldig niveau van enthousiasme. Het sublieme overtuigt niet alleen maar, het brengt de toehoorders in extase. In zijn groots opzet om twijfel over de christelijke orthodoxie is dat precies wat hij Handel wilde zien doen.

Naar boven

3. Première in Dublin

3.1. Year of the Slaughter

Een van de – mindere – redenen voor het slabakkend succes van Handel in Londen was de strenge winter van 1739. Als gevolg daarvan liep het theaterbezoek sterk terug.

In Ierland was de situatie ronduit dramatisch. Het begon met een zware storm eind december. Januari en februari brachten poolweer: in februari kwam die zelfs niet boven de -17 graden. Het gevolg van The Great Frost (Grote Vorst) was een van de grootste tragedies in de Ierse geschiedenis, gekend als The Year of Slaughter (het jaar van de slachting). De zee bevroor, en maakte invoer van essentiële goederen (o.m. steenkool) zo goed als onmogelijk. Aardappelen – in schuren en opgeslagen onder de grond – bevroren, en zelfs het pootgoed voor het volgende seizoen ging verloren. Vee ging verloren en zoveel wilde vogels kwamen om dat er een akelige stilte over het land viel:

No lark is left to wake the morn
Or rouse the youth with early horn;
The blackbird’s melody is o’er
And pretty robin sings no more.

No thrush to serenade the grove
and soothe the passions into love,|
Thou sweetest songster of the throng,
Now only live in poet’s song.

Toen de dooi inzette, bleef de regen achterwege. Het weinige graan dat nog kon gezaaid worden, kiemde niet. Het weinige jonge vee dat er was kwam om bij gebrek aan gras. De oogst was mager. Brood kostte in de zomer 1740 weer twee keer zoveel als in de hongerwinter. Wijdverspreide epidemieën en fatale ziektes sloegen toe. De overheid slaagde er nauwelijks in maatregelen met enig effect te nemen.

In die omstandigheden komen mensen in bekoring om het recht in eigen handen te nemen. Wanhopige menigten gingen aan het plunderen. Het resultaat was dat na een tijd de gevangenissen overvol zaten met “kleine criminelen”. Het in stand houden van het vertrouwen in het zakenleven vereiste dat de wetten op schuldenaren en insolventen streng werden toegepast. Van enig gedoogbeleid of strafvermindering kon geen sprake zijn. Het gevolg was dat na verloop van tijd iedereen wel iemand uit zijn naaste omgeving in de gevangenis had zitten.

Naar boven

3.2. Welkome uitnodiging

De Charitable Musical Society – ook in eigen rangen geplaagd door de kwalijke gevolgen van The Great Famine – had een traditie van geld inzamelen voor goede doelen. Nu beslisten ze om geld in te zamelen om gevangen los te kopen door de schuldeisers te betalen, én om de steekpenningen te betalen die gevangenisbewakers eisten om gevangenen te laten gaan. Ze sloegen daarvoor de handen in mekaar met twee andere liefdadigheidsorganisaties in Dublin, The Charitable Infirmary en Mercer’s Hospital.

Er werd besloten om “Mister Handel” uit te nodigen voor een benefietconcert. Hoe dat precies in zijn werk is gegaan, is niet duidelijk. Sommigen zeggen dat de vicekoning, de Hertog van Devonshire, de uitnodiging aan Handel overhandigde:

Thus Devonshire, our sorrows to allay,
Invites the nation to hear Handel play.

(Zo nodigde Devonshire de natie uit
om Handel te horen spelen, om onze zorgen te verlichten)

Wat er ook van zij, toen hij de uitnodiging kreeg voelde Handel zich niet goed in zijn vel in Londen: hij nam ze dan ook met beide handen aan. De overeenkomst was dat hij concerten kon geven met zijn eigen muziek, dat de inkomsten daarvan voor hemzelf waren, en dat enkel de opbrengst van de benefietconcerten naar het goede doel zouden gaan – wat er op die concerten zou worden uitgevoerd, werd in het ongewisse gelaten.

Dit was voor Handel ook de gelegenheid om het libretto van Jennens ter hand te nemen. Hij kreeg nu de gelegenheid om een nieuw oratorium te schrijven, ver weg van de critici die hem de laatste tijd hadden geplaagd.

Dublin was niet zomaar een stad. Het was op dat ogenblik de tweede grootste stad op de Britse eilanden. Welgestelde dames uit Handels buurt hadden met veel warmte gesproken over het bloeiende muziekleven. Een centrale rol in de overeenkomst speelde een oude vriend van Handel, Matthew Dubourg: als wonderknaap had hij voor Handel gemusiceerd, Hij was nu Master of the State Music in Dublin Castle en reisde geregeld terug naar Engeland en informeerde daarbij Handel over de instrumentalisten, koorzangers en infrastructuur waarover Dublin beschikte. Het moet Handel hebben overtuigd dat hij zijn voordeel kon doen met op de uitnodiging in te gaan.

Handel ging op 22 augustus 1741 aan het componeren in zijn woning in Brook Street in Londen, en schreef Messiah in een recordtempo van 24 dagen, niet ongewoon voor zijn doen. Maar tijdens de eerste maanden van zijn verblijf in Ierland repte hij met geen woord over zijn nieuwe compositie: hij wilde blijkbaar nagaan of ze er hier klaar voor waren.

Naar boven

3.3. Handel herleeft

In november 1741 trok Handel naar Ierland. Al onderweg organiseerde hij een eerst private repetitie van stukken van Messiah – door ongunstige wind kon hij niet meteen doorreizen. Een van de zangers, Janson, slaagde er na herhaalde pogingen maar niet in om And with his stripes we are healed naar behoren te zingen. Handel ontstak in een van zijn gevreesde woede-aanvallen en snauwde de zanger toe: “Jij ploert! Had je me niet gezegd dat je op zicht kon zingen!?” Waarop de arme stakker antwoordde: “Toch wel, mijnheer Handel, maar niet op EERSTE zicht!”

Op 18 november arriveerde Handel in Ierland. Faulkner’s Dublin Journal brengt verslag uit:

Vorige woensdag kwam de gevierde doctor Handel hier per pakketboot aan, een heer algemeen gekend voor zijn uitmuntende composities in alle soorten muziek, en in het bijzonder voor zijn Te Deum, Jubilate, Anthems en andere composities van kerkmuziek. Hij komt hier om zijn oratorio’s uit te voeren. Voor dat doel heeft hij de organist MacLaine geëngageerd [die hier onlangs op het kathedraalorgel speelde tot algehele voldoening van de hele gemeenschap], mevrouw MacLaine [een zangeres] en andere van de beste uitvoerders.

Handels eerste concert (met vroeger werk, nog niet Messiah) in Dublin was een triomf.

Vorige woensdag gaf mijnheer Handel zijn eerste oratorium in Mr Neal’s Music Hall in Fishamble Street. Er was meer en verfijnder volk samengepakt dan ooit gezien bij zulke gelegenheid. De uitvoering was superieur aan enige ander evenement van die aard ooit in het koninkrijk. En onze adel en betere stand, om hun smaak voor alle soorten talent te tonen, drukten hun grote tevredenheid uit, en hebben al alle mogelijke aanmoediging gegeven voor dit soort muziek.

(Faukner’s Dublin Journal)

In een brief aan Charles Jennens drukt Handel zijn voldoening uit:

Dublin December 29 1741

Mijnheer,

Het was met het grootste genoegen dat ik de voortzetting van uw vriendelijkheid ervoer in de lijnen die u mij bezorgde als titelblad bij uw oratorium Messiah, dat ik op muziek zette vóór ik Engeland verliet. Omwille van de genereuze bekommernis om mijn zaken verstout ik mij u verslag uit te brengen over het succes dat ik hier ervaren heb. De adel bewees me de eer om onder mekaar een reservatie te verzorgen voor zes avonden, die de zaal met 600 mensen vulde, zodat ikzelf geen enkel ticket hoefde te verkopen aan de ingang. Zonder verwaand te willen klinken: de uitvoering vond algemene instemming. Sigra Avolio, die ik meebracht vanuit Londen, bevalt buitengewoon. Ik heb een nieuwe tenor opgeleid die grote voldoening geeft. De bassen en contratenoren zijn zeer goed, en de rest van de koorzangers doen het onder mijn leiding bijzonder goed. De instrumentalisten zijn werkelijk excellent. Mijnheer Dubourgh staat aan het hoofd, en de muziek klinkt verrukkelijk in deze fijne zaal. Het maakt me zo opgewekt, en mijn gezondheid is ook zo goed dat ik mij aan het orgel uitleef met meer dan het gewone succes.

Handel genoot van zijn status van lieveling van de society van Dublin en besloot zijn verblijf in Ierland te verlengen en meer concerten te organiseren, met de expliciete goedkeuring van de vicekoning. Meer concerten volgden, tot spijt van anderen die moesten vaststellen dat nagenoeg alle aandacht die dagen naar mijnheer Handel ging.

Naar boven

3.4. Triomf

In april 1742 voelde Handel zich voldoende zeker om zijn nieuwe Oratorium voor het voetlicht te brengen. De aankondiging van – de generale repetitie stond open voor betalenden – geldt als een van de meest beroemde aankondigingen in de muziekwereld:

Ter ondersteuning van de gevangenen in de verschillende gevangenissen, en als steun voor Mercer’s Hospital in Stephen’s Green, en van The Charitable Infirmary op Inns Quay, zal op maandag 12 april in The Music Hall mijnheer Handels nieuwe Groot Oratorium, genaamd Messiah, worden uitgevoerd. De heren van de koren van beide kathedralen zullen assistentie verlenen, en er zullen enkele orgelconcerto’s door mijnheer Handel worden uitgevoerd.

Tickets zijn te krijgen in The Music Hall, en bij Mr Neal’s in Christ Church Yard, voor een halve gienje [£ 1,05) het stuk. Niemand zal worden toegelaten tot de generale repetitie zonder een ticket – gratis gegeven bij het ticket voor de voorstelling.

Een guinea was omgerekend naar de koers van vandaag zowat € 145,00! Als je bedenkt dat het gemiddeld dagloon van een arbeider omgerekend zowat € 4,50 bedroeg – waarbij niemand zeker was dat hij elke dag werk zou hebben - dan is het duidelijk dat het hier om een zeer exclusieve aangelegenheid ging. Muziek was in het algemeen enkel voor de hogere klasse.

Er was maar één volledige repetitie op 9 april. De ontvangst van de première op 12 april was hartstochtelijk:

Het nieuwe gewijde oratorium overtreft naar het oordeel van de beste kenners ver alles in zijn soort dat in dit of gelijk welk ander koninkrijk is uitgevoerd.

Ten voordele van drie belangrijke liefdadigheidsorganisaties zal er op volgende dinsdag nog een uitvoering zijn.

De dames en heren die dit nobele en grootse liefdadigheidsevenement in hun hart dragen, vragen deze gunst: dat de dames die de uitvoering met hun aanwezigheid vereren, zo goed zouden willen zijn om zonder hoepels te komen, omdat dat plaats zal maken voor meer toehoorders. En de heren wordt om dezelfde reden gevraagd om zonder hun zwaarden te komen.

En elders heette het na de première:

Woorden ontbreken om het verfijnde genoegen te beschrijven dat de bewonderende toehoorders werd verschaft. Het sublieme, het grootse en het tedere, passend bij de meest verheven, majestueuze en ontroerende woorden, werkten samen om verrukt hart en oor in extase te brengen. Het is billijk tegenover mijnheer Handel dat de wereld weet dat hij grootmoedig het geld dat van deze grandioze uitvoering komt weggaf, om het in gelijke delen te verdelen onder The Society For Relieving Prisoners, The Charitable Infirmary en Mercer’s Hospital. Zij zullen voor altijd dankbaar zijn naam herdenken. En de heren van beide koren, de heer Dubourg, mevrouw Avolio, en mevrouw Ciber die allemaal hun aandeel brachten tot ieders bewondering, handelden naar hetzelfde genereuze principe: zij namen genoegen met het applaus van het publiek en het plezier om zulke nuttige en veelomvattende liefdadigheidszaak te hebben gesteund. Er waren meer dan 700 personen in de zaal, en de som die werd die werd afgestaan voor dat nobele en vrome doel liep op tot ongeveer vierhonderd pond, waarvan honderzeventwintig pond naar elk van de liefdadige doelen.

Het bedrag dat elk van de liefdadigheidsinstellingen kreeg toebedeeld bedroeg omgerekend iets minder dan € 25.000,00. Dat bedrag stelde de verenigingen in staat om in de maanden daarna nog geld in te zamelen met liefdadigheidsevenementen. Op het einde van 1742 had The Charitable Musical Society alleen al bijna 150 gevangenen “vrijgekocht”.

Handel had oorspronkelijk alleen een liefdadigheidsconcert gepland voor zijn verblijf in Dublin, en een reeks van 6 concerten waarvoor kon worden gereserveerd. Uiteindelijk werden het twee reeksen van zes concerten, en nog drie uitvoeringen.

Op 13 augustus [1742] zette de gevierde mijnheer Handel, zo beroemd voor zijn uitstekende composities en fijne uitvoeringen waarmee hij deze stad op de aangename manier vermaakte, koers terug naar Engeland.

De negen maanden in Dublin hadden Handels financiële positie aanzienlijk verbeterd – op de liefdadigheidsconcerten na waren alle opbrengsten voor hemzelf. Terug in Brook Street maakte hij het voornemen om binnen het jaar terug te keren naar Dublin, om er opnieuw Messiah uit te voeren. Maar zover is het nooit gekomen. Wel schonk hij zijn Messiah-partituur aan The Charitable Musical Society – een gebaar van grote waarde.

Naar boven

4. Twijfel in Londen

Kort na zijn terugkeer in Londen kreeg Handel de zeer aanzienlijke som van £ 1000,00 aangeboden (omgerekend € 190.000!) om twee nieuwe opera’s te schrijven en uit te voeren. Hij wees het aanbod af. Zijn verblijf in Dublin had hem er definitief van overtuigd dat het oratorium zijn toekomst was.

In 1742 componeerde Handel nog het oratorium Samson, met succes:

Oratorio’s hebben succes deze dagen. Zij geven een mens een idee van wat de hemel is: iedereen zingt er – of zij nu stem hebben of niet. Het jongste oratorium, Samson, werd opgevoerd voor talrijker publiek dan ooit gezien. Mensen moesten worden teruggestuurd bij gebrek aan plaats, meer dan in de tijd van de Italiaanse opera.

Maar over uitvoering van Messiah in Londen bleef Handel twijfels hebben. In maart 1743 waagde hij het erop. In de aankondiging ging het over “een nieuw gewijd oratorium”, maar zonder vermelding van de titel Messiah. De ontvangst was koel. In 1744 moest een reeks uitvoeringen van Deborah worden afgebroken, bij gebrek aan belangstelling. Handels gezondheid ging er weer op achteruit.

In The Daily Advertiser schreef hij:

Ik moet met grote spijt vaststellen dat mijn inspanningen om [het publiek] te behagen geen effect meer hebben, en dat terwijl mijn onkosten aanzienlijk groter zijn geworden. Waaraan ik dat verlies van publieke genegenheid moet toeschrijven, weet ik niet, maar ik zal het altijd betreuren.

In The Universal Spectator verscheen een lang artikel van een correspondent die zichzelf een liefhebber van muziek in het algemeen noemde en van Handels uitvoeringen in het bijzonder. Hij wilde het hebben over “de ongepastheid van oratoria, zoals die nu worden uitgevoerd”:

Een oratorium is ofwel een daad van religie, of het is dat niet. Als het dat wel is, dan vraag ik mij af of een toneelhuis de geschikte tempel is om het uit te voeren en of een gezelschap van toneelspelers geschikte bedienaren zijn van Gods woord – want in dit geval worden ze dat gemaakt.

In het andere geval is een oratorium maar verstrooiing en vermaak – ik geloof dat er maar weinigen, om niet te zeggen niemand, naar een oratorium gaat uit godsvrucht. Wat een ontwijding van Gods Naam en Woord is dat? Ik zou willen dat eenieder zou overwegen of zij, terwijl zij vermaak zoeken, niet medeplichtig zijn aan de overtreding van het Derde Gebod [Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken]. Ik ben er zeker van dat dit niet de manier is om het advies van de psalmist te volgen: dien de Heer met vrees.

Voor sommige stemmingmakers was het dus ondenkbaar dat de allerheiligste naam van God zou worden bezongen door lieden die daartoe helemaal niet geschikt waren.

Koning David zei: ‘Hoe kunnen we het Lied van de Heer zingen in een vreemd land?” Hij zou het nog veel vreemder gevonden hebben om het te horen zingen in een schouwburg.

En het gaat niet alleen om de ontheiliging van het Oude Testament, maar ook van het Nieuwe: God namelijk in zijn allerheiligste naam van Messias. Ik hoor dat een oratorium met die naam al uitgevoerd is in Ierland, en dat het hier binnenkort ook zal worden uitgevoerd. Waarover het stuk precies gaat, weet ik niet.

Met name Messiah werd dus door het Londense publiek overwegend beschouwd als een van Handels mindere werken. In Dublin daarentegen, hield het succes aan. Messiah werd talloze keren herhaald. En ook Handels andere werk. Tijdens het seizoen 1749-1750 werden in Dublin maar twee werken uitgevoerd die niet van Handel waren – waaronder het Stabat Mater van Pergolesi.

Naar boven

5. De doorbraak

In 1739 verkreeg Thomas Corham, een succesvol handelaar, van George II een charter om een hospitaal te bouwen “voor de opvang, het onderhoud en de opvoeding van verlaten en kwetsbare jonge kinderen”. Jarenlang had hij geijverd voor het lot van verlaten, ontheemde kinderen in de Londen die crepeerden op stoepen en in stegen. In 1745 was The Foundling Hospital (“vondelingentehuis) klaar.

Handels uitgever, John Walsh, was een van de weldoeners. Meer dan waarschijnlijk is hij het die Handel ervan overtuigde om zich ook te engageren. Handel was op 4 mei 1749 op een bijeenkomst in The Foundling Hospital. Met grote menslievendheid en vrijgevigheid bood hij aan om een uitvoering van vocale en instrumentale muziek te verzorgen in de instelling. De prins en prinses, en een wonderbaarlijk groot aantal van de adel en de betere stand woonden het concert bij op 27 mei. Op het programma stond een anthem, speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd, de Music For the Royal Fireworks, het Dettingen Te Deum en één nummer uit Messiah, het Hallelujah koor.

Kort daarna werd Handel een van de bestuurders van The Foundling Hospital. Hij liet op zijn kosten een orgel bouwen voor en op 1 mei 1750 zou hij er een recital geven op het nieuwe instrument.

Het orgel was niet op tijd speelklaar. In plaats besloot Handel om zijn Messiah uit te voeren. Net zoals acht jaar daarvoor in Dublin betaalden de toehoorders een halve guinea (omgerekend € 145.00). De zaak liep behoorlijk in het honderd: er waren veel te weinig zaalwachters en er waren veel meer tickets verkocht dan er plaatsen waren in de kapel. In allerijl werd een tweede uitvoering gepland op 15 mei.

Dit was een cruciaal keerpunt in de lotgevallen van Handels Messiah. Zoals dat in Dublin van in den beginne het geval was geweest, was Messiah nu onverbreekbaar verbonden met goede werken, morele verbetering en devotie. De tegenstand tegen het uitvoeren van religieus werk in een schouwburg smolt weg. Messiah werd herhaalde keren opgevoerd in Covent Garden.

Vanaf 1750 werd de uitvoering van Messiah in The Foundling Hospital een jaarlijkse traditie, ook na Handels dood. Het werd een hoogtepunt in de sociale kalender van Londen.

Na een uitvoering van Messiah in Covent Garden op 6 april 1759 moest Handel (nu 74) – die in 1751 blind was geworden als gevolg van een mislukte oogoperatie – het bed houden. Charles Burney getuigt:

In de dagen voor zijn dood wenste hij vurig dat hij zijn laatste adem zou mogen uitblazen op Goede Vrijdag, in de hoop zijn goede God, zijn Lieve Heer en Redder te ontmoeten op de dag van Zijn verrijzenis.

Hij stief op Paaszaterdag, 14 april 1759.

“Hij stierf zoals hij geleefd had, een goede christen, met een waar begrip van zijn plicht tegenover God en mens, en in perfecte liefdevolle verbondenheid met de hele wereld.”

In The Universal Chronicle verscheen een grafschrift – uiteindelijk niet datgene dat gebruikt zou worden voor zijn graf in Westmister Abbey:

Onder deze plaat
Is het stoffelijk overschot te ruste gelegd
van George Frederick Handel
De voortreffelijkste toonkunstenaar
die de tijd ooit heeft voortgebracht..
Zijn werken waren
een gevoelvolle taal
eerder dan enkel maar klank.
Zij hadden meer kracht dan de woorden zelf
in de uitdrukking van de vele passies
van het menselijke hart.

Naar boven

6. Ontsporing en terug

Al bij leven was Handel de componist van de natie geworden. Messiah was uiteindelijk de meest geliefde van al zijn composities geworden. De uitvoeringen in The Foundling Hospital hadden het werk losgemaakt van het theater en het voor het nageslacht veilig gesteld.

Na Handels dood gingen de uitvoeringen verder:

Van die tijd [1759] tot nu is het werk te horen geweest in alle delen van het koninkrijk, met toenemende verering en verrukking. Het heeft de hongerigen gespijsd, de naakten gekleed, de wees gekoesterd, en opeenvolgende managers van de oratoria verrijkt, meer dan enige andere productie in dit of enig ander land. (Charles Burney, 1785)

Messiah was tijdens Handels leven voorbehouden aan de elite. Na zijn dood veranderde dat. Zo groot was de verering dat niet alleen getrainde koorzangers Handels oratorium wilden uitvoeren, maar ook gewone mensen. Handels uitgever, Joh Walsh, zorgde ervoor dat de partituur van Messiah overal te lande beschikbaar was.

Handel zelf had zijn oratorium voortdurend bijgewerkt en aangepast aan de omstandigheden waarin het moest worden uitgevoerd (met name de kwaliteit van de solisten waarmee hij moest werken). Na zijn dood voelden verschillende componisten zich geroepen om het werk aan te passen aan de veranderende smaak en de muzikale ontwikkelingen. Johan Christian Bach, Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart voelden dat ze het “recht” hadden om de partituur te verbeteren. Het aantal orkestinstrumenten groeide, ook door toevoeging van nieuwe instrumenten (zoals klarinetten, trombones en grote trom).

De omvang van het koor en het orkest bleef in de loop der jaren maar groeien. Bij de viering van de honderdste verjaardag van Handels geboorte in 1784 – de correct geboortedatum is 1685, maar de feestvierders lieten zich misleiden door de fout op Handels grafsteen - werd een uitvoering georganiseerd in Westminster Abbey: niet minder dan 257 zangers en 250 orkestmensen werden geëngageerd. In 1785 was het aantal uitvoerders al 616 en in 1786 640. Bij de monumentale herdenkingsuitvoering in 1791 in Westminster Abbey waren ze al met 1068.

Die herdenkingsuitvoeringen hebben Messiah geen goed gedaan. Richard Lucket schreef:

[Die uitvoeringen] zouden een vrijgeleide blijken te zijn voor alle mogelijke mishandelingen van Messiah. De cultus van Handel in het Victoriaanse tijdperk komt neer op een geval van volgehouden monsterachtigheid.

Handel kreeg een haast goddelijke status, maar tegelijkertijd werden alle mogelijke aanpassingen aan wat hij schreef, aanvaardbaar.

De Victoriaanse ernst en plechtstatigheid leiden tot een aanhoudende vertraging in het tempo en dus een veel langere uitvoeringstijd van Messiah. De voornaamste reden daarvoor was dat de reactie van het publiek op Messiah voornamelijk religieus van aard was. En toen zoals nu leidde dat bijna onvermijdelijk tot pompeusheid, zwaarwichtigheid en traagheid.

Men keek tegen Messiah aan door een dicht waas van sentimentele devotie.

(Christopher Hogwood)

Na de Wereldtentoonstelling in Londen en de heropbouw van Crystal Palace voerde de Sacred Harmony Society, een amateurgezelschap, in 1859 Messiah uit. Het koor werd bemand door niet minder dan 2765 zangers, en er was een orkest van 460 mensen. Er kwamen in totaal meer dan 80.000 mensen op af.

In 1891 lanceerde George Bernard Shaw, schrijver en muziekcriticus en nooit verlegen om een aforistische uitspraak, een oproep om terug te keren tot Messiah zoals Handel die had geschreven.

Het is haast onmogelijk geworden om Messiah recht te doen in een christelijk land. Importeer een koor van volslagen heidenen: zij zullen niet gehinderd worden door de fatsoensnorm en zullen de koren met vrijmoedige oprechtheid benaderen.

Het probleem is dat wij allemaal onze Handelinitiatie gekregen hebben in de kerk. De perfecte kerk-houding is er een van zuiver abstracte betekenis. Een toestand van actief begrip zou een schandaal zijn. Het gevolg is dat we Handel zingen alsof hij niets betekende, terwijl hij in feite heel veel betekende – en dat zelf heel ernstig meende.

Wij weten minder over Handel dan die van de Andaman Eilanden [een eilandengroep in de Indische Oceaan]. De Andamanen zijn zich enkel maar niet bewust van hem, terwijl wij wanbewust zijn.

In plaats van kolossale sommen te verspillen aan de onmetelijke saaiheid van die Handel Festivals, kan er eens iemand een grondig ingestudeerde en uitgespitte uitvoering van Messiah organiseren in St. James’s Hall [concertgebouw in Londen], met een koor van twintig bekwame artiesten? De meesten van ons zouden zich verheugen om het werk één keer authentiek te horen uitvoeren voor we doodgaan.

Het zou nog een halve eeuw duren voor de authentieke Handel opnieuw werd ontdekt. Daarvoor was eerst nauwgezet onderzoekswerk nodig en dat kwam er pas in de jaren 1950. Intussen bleven populaire uitvoering en opnames met Malcolm Sargent en Thomas Beecham, met hun aangedikte versies de toon zetten.

John Tobin voerde in 1950 Messiah uit in St. Paul’s Cathedral, “vrij van de fouten, en getooid in de conventies van de achttiende-eeuwse uitvoeringspraktijk.”

De beweging voor oude muziek en authentieke uitvoeringspraktijk zorgde daarna voor de ommekeer. In 1966 voerder Alfred Deller Messiah voor het eerst in Groot-Brittannië uit op authentieke instrumenten. In 1984 publiceerde Christophef Hogwood een nieuwe biografie van Handel – nog altijd een van de beste. Hij bestudeerde nauwgezet de uitvoeringen van Messiah tussen 1743 en 1750. Met zijn Academy of Ancient Music en The Choir of Christ Church Cathedral Oxford voerde hij de versie uit die Handel bracht in The Foundling Hospital in 1750 (opname 1980).

Gedurende 250 jaar werd Messiah onafgebroken uitgevoerd. Het werd geplooid naar elke denkbare orkestratie en overleefde die. Het werk leende zich voor uitvoeringen gaande van een dozijn tot een paar duizend. Maar Messiah gedijt als nooit. Een onderzoek in 2014 toonde aan dat het ’s werelds meest populaire klassieke werk is. Voor miljoenen brengt het nog steeds de bevrijdende profetie van verlossing, heil en eeuwig leven. In een geseculariseerde wereld zijn er anderzijds miljoenen anderen die gewoon betoverd worden door de emotionele kracht van het oratorium, en door de sublieme schoonheid van Handels muziek.

Bronnen

Hallelujah
The Story of a Musical Genius
and the City that brought his Masterpiece to Life
Jonathan Bardon

Handel
Christopher Hogwood